Beschrijving
Wie heeft dat al niet eens gezegd?
Mijn naam is haas.
Hij is het haasje.
Je kiest het hazenpad.
Je doet een hazenslaapje.
Je weet niet hoe een koe een haas vangt.
Je kunt een hazenhart hebben.
Oudere hazen kennen de strop.
In Nederland wonen tweeënhalf miljoen katten,
anderhalf miljoen honden,
vijfentachtig wolven en zo’n driehonderdduizend hazen.
We weten dat niet precies, daarom zeggen we:
‘Hij ging er als een haas vandoor.’
Bij ons op De Paltz vind je twee soorten hazen.
De wachterhazen, dat zijn hazen die vanuit het water,
het militair museum in de gaten houden, zodat we niet verrast worden
als het daar getoonde wapentuig uit zichzelf begint te schieten.
Ook signaleren zij voor ons het buitensporige lawaai
dat laagvliegende Chinook helikopters produceren
als zij over het stiltegebied van De Paltz scheren.
Naast deze “opletters” zijn er ook een flink aantal
zogenaamde Europese hazen, de Lepus Europaeus.
Met hun grijs tot geelbruine vacht, witte staart en zwarte punt.
Zoals gezegd, een haas is snel.
Kan zestig tot vijfenzestig kilometer per uur rennen
en daarbij ook nog scherpe bochten maken.
Hij leeft niet zoals konijnen in een hol,
maar in een ondiepe kuil op het veld.
We noemen dat zijn “Leger”.
Hazen knagen vooral gras, kruiden,
graan, maïs en aardappelen.
De hazen-meisjes krijgen meerdere nesten per jaar.
Werpen per nest zo’n tien hazenbaby’s.
Het dier staat op de Nederlandse rode lijst als ‘gevoelig’
en wordt gezien als beschermde inheemse soort.




